![]()
‘Hé, je had helemaal niet verteld dat je ex gaat exomigreren,’ zegt Nils tussen neus en lippen door, ergens tijdens ons derde biertje.
Het geroezemoes van het café lijkt in één klap te verstommen, alsof iemand de geluiddempers in mijn implantaten plotseling aan heeft gezet. Ik kijk met een ruk op van mijn biertje en staar mijn beste vriend aan. Mijn hart slaat een paar slagen over voordat hij zijn ritme hervat. Ik knipper met mijn ogen. ‘Wat bedoel je?’
Hij leunt over het tafeltje heen, leunt zijn ellebogen op vochtige bierviltjes en grijnst samenzweerderig naar me. ‘Dus je wist het écht nog niet? Wauw, en ik dacht dat je haar zo goed in de smiezen had.’
Dat héb ik. Of had ik. Ik krijg notificaties van wat ze doet op alle social media platformen. Ik zie zelfs haar agenda nog steeds, al weet ze niet dat ik daar nog toegang toe heb. Ik moet wel, het is de enige manier om te zorgen dat ze zich aan haar voogdijafspraken houdt. Ze is een afgrijselijke co-ouder.
‘Zeg op, wat weet jij dan?’ vraag ik ademloos. De geluiden van het café komen terug, maar op de achtergrond, alsof ze onder water zijn. Al mijn aandacht is als een laser op Nils gericht.
Die neemt nog een slok van zijn bier. ‘Hm, als jij het niet weet, wil zij misschien niet dat je het weet.’ Hij humt nog een keer. ‘Misschien had ik niets moeten zeggen.’
In een flits grijp ik zijn pols vast. ‘Alsjeblieft,’ breng ik uit door een dichtgesnoerde keel. ‘Je weet wat ze me aandoet! Ik heb Estrella al weken niet kunnen zien! Wat bedoel je met exomigratie?’
Nils fronst en trekt zich los. ‘Doe eens niet?’
Ik hield hem niet stevig vast, dus ik laat hem direct gaan. ‘Sorry,’ mompel ik.
Hij wrijft over zijn pols en schudt zijn hoofd. ‘Ik snap het, je schrok gewoon.’
‘Dus…’ vis ik verder, als hij niet meteen verder spreekt. Ik weet dat Nils voor Excursio werkt. Hij werkt bij Facilitair en Logistiek, dus hij doet meer met de ruimteschepen zelf en heeft niet veel te maken met wie er daadwerkelijk in de kolonieschepen stapt, maar blijkbaar weet hij wél iets.
‘Ik heb een scriptje draaien,’ biecht hij op, ‘of er mensen opduiken op het passagiersmanifest die ik ken. Gewoon voor het leuk, weet je wel? Ik ben nieuwsgierig. Dat snap je vast.’
Ik denk aan alle tags die ik volg met Luna’s naam. Estrella kan ik sowieso nergens vinden, kinderen onder de twaalf zijn afgeschermd van sociale media en Luna is er heel scherp op dat ze niet alsnog ergens in mijn notificaties en zoekresultaten opduikt. Ik knik en zeg niets, het lijkt me een slecht idee om hem nog verder onder druk te zetten.
Nils kijkt me doordringend aan. ‘Ik vond haar naam op het manifest voor Ganymedes.’
Er schieten direct verschillende gedachten door mijn hoofd. De nieuwe Geokoepel. Natuurlijk. Ze gaat meehelpen aan de constructie. Shit. Luna’s werkgever – mijn ex-werkgever, NeoPoly, is daar als fabrikant van een gepatenteerde koolstofvezelsoort natuurlijk betrokken bij de bouw van de Geokoepel op Ganymedes. Geen wonder dat Luna meegaat. Ze zit al jaren op zo’n kans te azen. Bovendien zorgt ze op die manier dat er een half sterrenstelsel afstand tussen ons in zit. Dat maakt het helemaal makkelijk om…
‘Estrella,’ realiseer ik me. Ik sta opeens overeind. Mijn stoel ligt op de grond achter me.
Andere cafébezoekers kijken me verstoord aan. Het glas van het tafelblad gloeit op met een waarschuwing van de uitsmijter. Ik zie het vanuit mijn ooghoek en verwerp het. Het is mijn aandacht niet waard. Ik leun mijn handen op tafel en staar Nils indringend aan. ‘Staat Estrella ook op het manifest?’ Dat kan niet anders. Luna zou haar nóóit achterlaten als de kans zou bestaan dat onze kleine meid bij mij terecht zou komen. Ze zou die kleine nog liever in de badkuip verzuipen dan de mogelijkheid laten bestaan dat ik de voogdij zou krijgen. Hoewel ze het niet met zoveel woorden heeft gezegd, kan ik prima tussen de regels door lezen. En de rechter stelde haar in het gelijk toen de voogdij bepaald werd, dus ik kan niets.
‘Ze heeft wel een plus één,’ zegt Nils voorzichtig. Hij zit ineengedoken in zijn stoel. Alle bravoure van eerder is als sneeuw voor de zon verdwenen. Hij staart met grote, natte ogen naar me op. ‘Dus ik denk dat ze je dochtertje meeneemt. Hé, Lucas, gaat het wel?’
Ik haal diep adem, ontspan mijn gebalde vuisten op het glas van de tafel en probeer de sterren aan de randen van mijn blikveld weg te knipperen. ‘Ik moet… zitten.’
Het volgende moment klap ik – veel lager dan ik verwachtte – op de grond en gilt er pijn door mijn stuitje. Ah, natuurlijk, de stoel was omgevallen.
De tafel gloeit nogmaals op en de uitsmijter staat naast me. Tweede waarschuwing, tijd om het café te verlaten. Ik laat het me allemaal overkomen. Het voelt alsof ik in een nachtmerrie zit.
Luna en ik ontmoetten elkaar op een bedrijfsfeest van NeoPoly. We volgden allebei een traineeship. Zij in de ingenieurshoek, ik in algemeen management. Normaal zouden we elkaar nooit tegenkomen, NeoPoly is enorm, maar tijdens het kerstfeest werd de Rotterdam Ahoy afgehuurd en was iedereen uitgenodigd. Ook de trainees.
Ze stond bij de bar op de holoschermen door de cocktails te scrollen en ik, na meerdere shotjes, zei heel grappig dat ik graag haar volgende drankje voor mijn rekening nam.
Ze keek me aan met grote groene ogen en lachte. ‘De drankjes zijn gratis, toch?’
Ik lachte terug. ‘Natuurlijk. Tenminste, dat hóóp ik toch wel. Dit is mijn eerste NeoPoly feest.’
‘Mijne ook,’ gaf ze toe. ‘Maar tuurlijk, kies maar een cocktail voor me uit. Ik hou van zoet.’
Ik ging voor een klassieke strawberry daiquiri en dat was een schot in de roos, want die avond brachten we samen door. De nacht ook. En de dag erop. Een week later stond mijn tandenborstel gebroederlijk naast de hare in het glas in haar badkamer. Een maand later waren al mijn kleding en mijn VR gameconsole oververhuisd van mijn ouderlijk huis naar haar appartement. Het ging als vanzelf. In het begin ging onze hele relatie vanzelf. Ze was perfect. Vrolijk, slim, gepassioneerd, grappig, bloedmooi. Ik adoreerde haar. Ik was zo verliefd.
Twee maanden daarna was ze zwanger.
Bijna op de dag af een jaar nadat ik Luna ontmoette, werd Estrella geboren, op kerstavond.
Daarna ging het mis.
‘Het spijt me,’ zegt de recruiter van NeoPoly. Hij kijkt me niet recht aan. Natuurlijk is dat moeilijker, via hologesprek, maar ik heb het idee dat hij mijn blik actief ontwijkt. Alsof hij liegt. ‘We hebben geen openstaande vacatures meer voor de missie naar Ganymedes.’
‘Op jullie website staan er nog posities open,’ houd ik aan. Ik bal mijn handen tot vuisten in mijn schoot, net buiten beeld van de camera. ‘Precies voor de positie als personeelsmanager. Ik ben er uitermate voor geschikt, ik heb jaren ervaring in zowel personeelsmanagement als … ik heb zelfs eerder voor NeoPoly gewerkt, als managementtrainee.’
De recruiter schudt zijn hoofd. ‘Een foutje, wellicht. Die functie is onlangs vervuld. We moeten de informatie nog updaten. Mijn excuses.’ Zijn blik wordt vaag, alsof hij iets op zijn scherm aan het aflezen is.
Ik raak hem kwijt. Dit kan niet waar zijn. Ik moet die baan hebben! Als ik ook meekan naar Ganymedes, dan ben ik in ieder geval nog bij Estrella en Luna in de buurt. Dan zit er geen sterrenstelsel tussen ons in. Ik heb dit nódig. Er pulseert een adertje irritant in mijn ooglid. Ik haal diep adem. Kalm blijven, kalm blijven. ‘Hij is gisteren gepost?’
‘Ah, ik zie al wat het probleem is. Mag ik heel eerlijk zijn?’ Opeens is zijn houding veranderd. Schouders recht, blik hard.
Zijn houding doet me denken aan de rechter, die me de voogdij van Estrella afnam. Eens in de maand mag ik haar bezoeken, en alleen als Luna erbij aanwezig is. Die steenharde blik in zijn ogen is precies hetzelfde.
Ik recht ook mijn schouders. ‘Alsjeblieft.’
‘Direct na het afwikkelen van de rechtszaak heeft Human Resources uw naam op de zwarte lijst gezet. Daar bent u destijds ook van verwittigd,’ zegt de recruiter van NeoPoly. ‘Om heel eerlijk te zijn ben ik verbaasd dat u überhaupt probeert te solliciteren. Er zit geen verjaringsdatum op de zwarte lijst.’
Ah, natuurlijk. Uiteraard heeft Luna dit óók voor me verknald.
Als ik inlog in mijn voogdijdossier, staat er alleen maar dat er toestemming is gegeven voor exomigratie naar Ganymedes. Er zitten ook een aantal officieel uitziende brieven aan mij over de voortgang van dit proces bij. De eerste van deze berichtendraad is bijna tien maanden oud.
Tien maanden!
Ik heb die berichten nooit eerder gezien, ik snap niet dat ik de notificaties heb gemist.
Mijn laatste kans om te protesteren was zes maanden geleden. Ik weet dit, omdat de medewerkster bij de rechtbank me dit zojuist vertelde toen ik contact met ze opnam. Ze had geïrriteerd gezegd dat ik het kon nakijken in de voogdij-app. Het stond ook in mijn inbox, uiteraard, maar ik moest het zeker weten.
Mijn Estrella. Ik zal haar nooit meer zien. Dat kan toch niet zomaar?
Na tien keer schrijven en herschrijven stuur ik een bericht naar Luna via de voogdij-app.
Hoi Luna, ik hoorde dat jullie gaan exomigreren. Wanneer kunnen we een afspraak maken om afscheid te nemen? Groetjes, Lucas.
Ik ben trots op de tekst. Het bericht is neutraal, zonder een spoor van de afschuwelijke dingen die we in het verleden over en weer hebben verstuurd.
De vinkjes naast mijn tekst zijn blauw, het bericht is aangekomen. Ze worden niet groen. Luna leest mijn berichten niet. Heeft ze me op de app geblokkeerd? Dat mag niet; al onze andere manieren van contact zijn al afgesneden. Dit is de enige manier waarop ik contact met haar mag opnemen. Onze berichten worden gemonitord door de mediator die door de rechtbank is aangewezen. Luna moet antwoorden, ze moet dit lezen. Daarvoor is die stomme app toch?
Bij de rechtbank zeggen ze dat ze er achteraan zullen gaan.
Ik heb er een hard hoofd in.
De datum van vertrek komt steeds dichterbij. Ik hoor niets van de rechtbank, niets van Luna, ondanks dat ik ze regelmatig herinneringen stuur.
Mijn nieuwsoverzichten staan vol van berichten over de kolonisatie missie naar Ganymedes. De marketingafdeling van Excursio draait op volle toeren. Interviews met de missieleiding. Specificaties van de drie ruimteschepen. Informatie over de constructie van het nieuwe koepelproject. Ik word er gek van, maar tegelijkertijd kan ik het ook niet over mijn hart verkrijgen om de nieuwsberichten te blokkeren of te negeren. Ik móét ze lezen. Het lijkt wel een obsessie. Het duurt weken voordat ik weer met Nils af kan spreken. Hij is druk, zegt hij, werk is een gekkenhuis.
Ik geloof hem op zijn woord – er zal een hoop te regelen zijn voor het vertrek van de schepen.
Uiteindelijk ontmoet ik Nils weer in een café, twee weken voordat het schip zal vertrekken. Een ander café, dit keer, want ik ben de aankomende maanden niet meer welkom in de toko waar we de vorige keer zaten. Het zero-tolerance-beleid in de uitgaansgelegenheden gaat echt te ver tegenwoordig.
‘Hé Lucas, niet zo depressief doen, man,’ zegt Nils. ‘Hier, dit vrolijkt je wel op.’ Hij schuift me een pul bier toe en grijnst naar me.
‘Rot op man,’ snauw ik, maar ik neem de pul toch aan. ‘Je snapt dat mijn leven zo ongeveer in puin ligt, hè?’ Ik neem een grote slok van mijn bier. Een triple. Fijn. Nils kan een ongevoelige lul zijn, maar hij weet wel wat ik nodig heb. Luna wist dat ook altijd, deed altijd haar best. Totdat ze het niet meer deed.
Hij knikt meelevend. ‘Nog steeds geen reactie van Luna?’
‘En de rechtbank zegt steeds dat ze er bij me op terug zullen komen, maar niets. Klootzakken.’
‘Nou, inderdaad. Nou ja, misschien heb ik wat voor je. Ik weet niet of je het ziet zitten hoor, maar…’
Ik klem mijn handen om het koude glas van mijn bierpul. ‘Op dit punt grijp ik alles aan.’
‘Er zijn een paar uitvallers in het logistieke team wat ik begeleid. De vrijgekomen functie komt neer op robots aansturen in het laden en lossen. Leemtes in hun programmering ondervangen. Het is supermakkelijk werk, eigenlijk onder je stand, maar we hebben écht mensen nodig, dus ik heb gezegd dat ik nog wel iemand ken, en dat…’
‘Méén je dat? Je hebt plek voor me op de vlucht? Op Ganymedes?!’ Ik sla met mijn vlakke hand op tafel in mijn enthousiasme. Onze biertjes maken er een hupsje door. Gelukkig vallen ze niet om en reageert de uitsmijtersoftware ook niet.
‘Nou ja, dit is een contract voor tien jaar, Luuk.’ Hij kijkt me ernstig aan. ‘Op fakking Ganymedes. Met kloterige lage zwaartekracht waardoor je constant oefeningen moet doen, ingesnoerd in je stapelbed slapen, proteïnetroep eten en gerecycled pis door een rietje drinken. Het is er geen pretje, of zo.’
Maar ik zou wel op dezelfde planeet – maan – zijn als Estrella. Als Luna. Ver weg van de rechtbank en al zijn contactrestricties. Op een hele andere wereld. Ik zou opnieuw kunnen beginnen, met hen. Dat zou het allemaal waard zijn.
‘Zeg me wat ik moet doen,’ reageer ik ademloos, ‘en ik doe het.’
Ik word ingedeeld in een ander ruimteschip dan die waar Luna en Estrella mee naar Ganymedes reizen. Uiteraard. Hoewel ik ze graag aan boord had willen zien, vind ik vind het niet heel erg. De acht jaar die de reis duurt, brengen we toch bijna de hele tijd in cryoslaap door.
En straks op Ganymedes heb ik mijn hele leven nog om ze te zien.
Als mijn rooster het toelaat, tenminste. Terwijl mijn nieuwe collega’s en ik plaatsnemen in de gelbankcapsules die ons binnen enkele uren zullen invriezen, ontvang ik een informatiepakket van Excursio over mijn nieuwe baan. Ik staar naar de gloeiende informatie die voor mijn ogen geprojecteerd wordt. Het… wordt pittig. Lange uren, onregelmatige diensten. Ik ben straks medeverantwoordelijk voor het laden en lossen van alle vluchten die Excursio op Ganymedes laat landen.
Het is het waard, vertel ik mezelf. Het is het waard. Straks zie je Estrella en Luna weer. We beginnen opnieuw. We laten alle narigheid achter ons en we worden weer een gelukkig gezinnetje, zoals we altijd hadden moeten zijn.
Ik sluit mijn ogen en wacht. Over acht jaar word ik wakker.
Ontwaken uit cryoslaap is bepaald niet het rustige ontwaken wat ze ons beloofd hadden. Het enige wat waar is van wat ze verteld hadden, is dat de gelbank inderdaad warm aanvoelt, net ietsje boven lichaamstemperatuur. Het helpt echter niet. Ik blijf huiveren, alsof de kou in mijn botten getrokken is. Ik knipper naar de waterdamp op het glas van mijn capsule om iets mee te krijgen van de wereld om me heen, maar ik kan mijn blik nauwelijks scherpstellen. Ik ben kotsmisselijk, heb barstende hoofdpijn, en mijn darmen voelen alsof ze uit elkaar klappen. Aan het gekreun uit de capsules naast me, zijn mijn collega’s er op een vergelijkbare manier aan toe.
‘Goedemorgen,’ zegt een opgewekte stem in mijn oor. Mijn implantaat heeft de cryo duidelijk overleefd. Ook iets wat ze ons beloofd hadden, en wat ze inderdaad nagekomen zijn. Meevaller. ‘We zijn zojuist op Ganymedes geland. De lokale datum is maandag 21 november 2145. Bijna acht jaar zijn verstreken tijdens jullie reis. Neem de tijd om bij te komen, cryoslaap is een aanslag op het lichaam en jullie werkgever ziet jullie graag gezond, fris en fruitig op de eerste werkdag volgende week!’
God, werken. Ik moet er niet aan denken. Ik kan nauwelijks mijn armen optillen, laat staan dat ik straks robots kan begeleiden. Maar blijkbaar zou ik daar binnen enkele dagen van hersteld moeten zijn. Hopelijk kan ik straks mijn armen genoeg optillen zodat ik Estrella erin kan sluiten. Mijn kleine meisje. Ik kan niet wachten om haar tegen me aan te drukken. Haar te voelen, te ruiken, haar in haar haren te kussen. Op het puntje van haar neus, zodat ze gaat giechelen.
‘We raden aan om minimaal drie uur te blijven liggen,’ gaat de opgewekte stem verder. ‘In de tussentijd zorgen wij voor voeding en water. De voedingstubes bevinden zich naast uw rechteroor, zodra het lukt, kunt u ze naar uw mond toe trekken. Mocht u hulp nodig hebben, laat het ons dan verbaal weten, dan komen we helpen.’
Ik geloof het wel. Ik merk dat ik wat wazig ben en begin weg te doezelen tussen de zinnen in. Dan trekt een nieuwe aankondiging mijn aandacht:
‘Om het wachten te vergemakkelijken hebben we jullie implantaten alvast verbonden aan ons netwerk. Enige correspondentie die jullie tijdens de duur van de reis hebben ontvangen, komt bij deze voor jullie binnen.’
Mijn nieuwsgierigheid snijdt door de laatste slierten slaap in mijn brein heen. Nieuwe energie vloeit door mijn aderen. Acht jaar. Wat zou er in de tussentijd op Aarde gebeurd zijn? Zijn Luna en Estrella ook veilig geland? Wat is de status hier op Ganymedes? Mijn hart hunkert naar informatie over mijn nieuwe leven. Vanaf nu is alles anders. Ik ben er klaar voor.
Eigenlijk is er niet eens zoveel voor me binnengekomen. Een bericht van mijn moeder, die me passief-agressief een fijne toekomst wenst, een toekomst waarin ze mij waarschijnlijk nooit meer zal zien. Ik snuif. Alsof ze me toen ik nog op Aarde was wél vaak wilde zien.
Ik archiveer het bericht en lees verder. Mijn laatste salaris van mijn vorige werkgever. Bankafschriften. Een bericht van Nils, die me succes wenst en belooft contact met me te houden, zowel over werk – want we zijn nu collega’s – als privé.
En… mijn hart verstilt in mijn borstkas.
Luna.
Wat?
Het kan niet dat ze me toevallig gemist heeft en me op basis daarvan een bericht gestuurd heeft, de afgelopen jaren, want zij was ook in slaap aan boord van het andere ruimteschip. Weet ze dat ik ook onderweg ben? Mijn hart bonst in mijn keel terwijl ik het commando geef om het bericht te openen.
Hoi Lucas, gloeit er op mijn blikveld. Datum van verzending: acht jaar geleden. Zo ongeveer een paar minuten voordat ik vertrok. Dit kan geen toeval zijn, dit heeft ze zo gepland. Ze…
Ik stop met tijd verkwisten en laat mijn blik over haar woorden glijden. Het bericht is niet lang.
Hoi Lucas,
Tegen de tijd dat je dit leest, is je schip inmiddels op Ganymedes geland. Degene waarvan je denkt dat Estrella en ik aan boord zijn, ook. Estrella en ik zijn echter nog thuis, op Aarde. We zijn nooit vertrokken.
Ik heb er eindelijk voor gezorgd dat je ons nooit meer pijn kan doen. Het stalken, de agressie, de emotionele manipulatie… het is allemaal voorbij.
Ik heb begrepen dat je een tienjarig contract met Excursio bent aangegaan. Je hebt tíén jaar van je leven opgegeven om ons verder te kunnen stalken? Echt? Stomme sukkel.
Ik wíst dat je in de val zou trappen en ook op die vlucht naar Ganymedes zou willen stappen, maar godallemachtig, Luuk. Tien jaar?! Ik wens je er veel lol mee.
Inmiddels zijn wij al acht jaar van je af, en je hebt ons met je contract nog een extra tien jaar gegeven. Estrella is aan het opgroeien zonder jouw mishandelingen. Ik kan eindelijk léven, zonder altijd over mijn schouder te hoeven kijken en al onze sporen constant te moeten uitwissen, want wat als je ons terugvindt?
Op die manier heb je ons eigenlijk een prachtig cadeau gegeven. Dank je wel daarvoor, Lucas. Veel succes op Ganymedes. Je gaat het nodig hebben.
Luna.
In de bijlagen zitten berichten van de rechtbank. Onze dossiers. Ik klik ze niet open, ik weet toch al wat erin staat.
Ik sluit mijn ogen.
‘Meneer?’ vraagt iemand via mijn implantaat. Als ik niet antwoord, houden ze aan: ‘Meneer, onze apparatuur gaf aan dat u extreme stress ervaart. Heeft u hulp nodig?’
‘Wanneer is de eerste vlucht terug naar Aarde?’ rasp ik. Mijn keel voelt alsof hij vol zit met gebroken glas. Rauw en bloedend, zoals mijn hart.
‘Ik stuur u de informatie door.’
Het duurt langer dan ik zou willen voordat ik het datapakket toegestuurd krijg. Misschien is het korter dan het lijkt, iedere seconde lijkt een jaar te duren terwijl ik in de warme gel lig te wachten tot mijn lichaam weer voldoende functioneert om de capsule te verlaten.
Ik open de link naar de boekingsmodule en voer mijn gegevens in.
BOEKING GEBLOKKEERD, komt er in gloeiende rode letters in beeld. En, iets daaronder, in kleinere letters: Neem contact op met Excursio voor meer informatie.
Mijn contract blokkeert me. Ik kan niet terug. Oh God, zelfs als ze me wel zouden laten gaan, duurt de terugreis ook nog eens acht jaar. Wat ik ook doe, er zit een sterrenstelsel en een ruwweg een decennium tussen Luna en mij in. Ik zal niets meer van Estrella als kind meemaken. Als ik haar ooit weerzie, is ze allang volwassen.
‘Meneer?’ vraagt de assistent over mijn implantaat opnieuw. ‘Meneer, heeft u hulp nodig? U lijkt ontzettend van streek.’
‘Laat me met rust,’ snauw ik. Of probeer ik. Mijn keel is rauw en ik ben buiten adem. Mijn wangen zijn nat. Heb ik geschreeuwd?
‘Meneer, ik dien u een lichte verdoving toe, om wat tot rust te komen,’ zegt de assistent. ’U maakt uw collega’s in de andere capsules ook van streek.’
Ze wachten niet eens totdat ik toestemming geef. De duisternis slaat als een golf over me heen en sleurt me mee.
Ik geef me eraan over.
Er is niets anders dat ik kan doen.
