![]()
Met de juiste Overlay was het aangenaam toeven in Het Witte Hert. De muziek zweefde door Nelsons geprefereerde corridor van decibels en hield zich aan de playlist. De muren dosten zich uit in de juiste vintage neo-Germaanse tinten en het licht was ontleend aan een mediterrane zonsondergang. Nelson fluisterde de Overlay een tweak aan de lichtintensiteit toe en taxeerde de omgeving terwijl hij nonchalant op zijn date af stapte. De Overlay dempte alle gesprekken zodat de muziek de boventoon voerde en retoucheerde het uiterlijk van de gasten, zodat ze hem niet konden afleiden. Tegelijk signaleerde hij een half dozijn drones in stealthmodus, waarvan vier gewapend, een aanzienlijk groter aantal verborgen vuurmonden in het plafond en meer camera’s dan hij kon tellen. Het Witte Hert liet niets aan het toeval over – het had zijn karretje tenslotte aan de Technatie gehangen. Nelson prees zich gelukkig dat hij vanmorgen een update had laten lopen of hij had de drones nooit opgemerkt. Alles in het leven is geluk, oordeelde hij. Je hebt niets in de hand.
Zo ook deze ontmoeting.
Zijn date, in een hoekbank en -tafel achterin, liet hij door de Overlay doelbewust niet opdoffen. En dus keek hij dwars door de avatar die haar eigen Overlay opdrong. Ze was niet de afgestofte generation Q2 transvrouw met blauw haar die ze pretendeerde te zijn. Nelsons Overlay hackte daar rustig doorheen en toonde hem een vrouw van in de vijftig met meer spieren dan hij ooit hoopte te kweken, kort grijs haar en een gezicht dat alle geloof in de wereld naar de prullenmand had verwezen. Haar Q-bit ring verraadde haar wantrouwen in de ingeburgerde digitale betaalmethodes. Nelson vroeg zich af of haar Overlay even goed was als de zijne en of ze dus wist dat hij niet die afgetrainde net-geen-veertiger was, maar een iets oudere nietsnut dan zij zelf, te mager en mankend omdat hij geen nieuw knie kon betalen. Vast wel.
Hij zeeg voor haar neer en liet zich door de tafel een Triton Libre mixen. Ze knikte en liet het gebeuren, intussen aan haar bier nippend. Hij knikte. ‘Samira ?’
‘Nelson, ‘ bevestigde ze, en ze veinsde een glimlach, terwijl ze boven de tafel zijn handen greep. Dit was tenslotte een date. De drones keken toe. De muziek trok zich terug op de achtergrond. ‘Als dat je naam is. Ik vond in elk geval geen alias.’
Natuurlijk had ze hem nagetrokken. Hij haar ook. Moest wel. Sinds de Technatie was klikken een globale sport. In de huidige oceaan van werkloosheid waren inkomstenbronnen schaars en vrienden en buren verlinken bleek een van de lucratiefste. Dus probeerde je iedereen altijd een stap voor te zijn. Maar daar had je tech voor nodig. En dus geld. Vicieuze cirkel.
Samira verkwistte geen tijd. Langs de muur schoof ze over de bank naar hem toe. ‘Waarmee kun je betalen? Divelec? Paradig? Mindtender? Geen Bitcoin, die oude rommel pik ik niet.’ Haar dijen raakten de zijne.
Dankzij Milagros had hij haar gevonden, zijn date. Milagros, die door de genetische loterij was opgezadeld met de juiste proporties intelligentie, durf, en charme. Een dodelijke combinatie voor karakterieel minder bedeelden, die aan haar lippen hingen of voor haar beefden. En die haar aan de top hadden gebracht van een verzetsorganisatie die erin slaagde onder de radar van de Technatie te blijven. Milagros had geprobeerd Nelson in te lijven. De Technatie moest voor de bijl, luidde haar motto. Mensen moesten weer vrij zijn, wat dat ook mocht betekenen. Nelson herinnerde zich zijn vader, die de tijd voor de Technatie nog had meegemaakt. Toen mensen vrij waren. Hij wist nog de spot waarmee die woorden zijn mond uit rolden. Achter uur per dag breindodend werk om een schuld af te betalen die de Techclub je had opgelegd. Andere tijden, andere ketenen. Ze luisteren niet naar rede. Milagros’ woorden alweer, de grote heldin, de inspirerende leidster. Geef ze een bloedneus, dan luisteren ze wel! En wat na de revolutie, de rivieren van eervol bloed en de ontreddering ? Wie ook won kroonde zich gewoon tot de volgende potentaat. Niet wat Nelson ambieerde.
Hij drukte een kus in Samira’s hals, alsof hij haar daadwerkelijk wilde opvrijen. Verraad, dacht hij, het is een tweede natuur geworden. Ik ben het niet waard dat ik zo ver gekomen ben. Of heeft de wereld me tot dit punt gedwongen ? Alles is geluk. ‘Pacific Q-bits, ‘ zei hij, toonloos.
Ze probeerde nonchalant te blijven, maar de Overlay toonde het samentrekken van de pupillen, het stoppen van haar ademhaling, heel even maar, de trilling van haar rechterhand. Had hij zijn hand overspeeld ? Pacific Q-bits waren ieders natte droom, zeldzaam en waardevoller dan om het even welke digimunt. Met een tiental was je rijk. Kon je jezelf uit het slijk trekken, naar de laagste cenakels van de Techclub. Je kon iemand worden.
‘Ik wil er vijf, ‘ zei Samira.
Nelson antwoordde niet onmiddellijk. Hij moest het spel blijven spelen. De vis moest eerst spartelen aan de haak. Dat had Milagros hem op het hart gedrukt, toen haar duidelijk werd dat Nelson haar niet zou vervoegen. En ze bereid was hem te helpen in zijn vlucht. Nelson herinnerde zich de storm van endorfines bij het horen van haar bevestiging: Ja, de asteroïde bestond. Uitgehold en volgepompt met de gassen die mensen ademden. Nee, niemand wist wie ze had gemaakt, maar zeker geen mensen. Ja, iemand die zich later bij het verzet had aangesloten had die ontdekt, dertig jaar geleden. De Technatie had er geen weet van. Het ultieme toevluchtsoord. En Nelsons einddoel. Maar eerst moest de vis aan de haak en het Witte Hert mocht niets in gaten krijgen, dus legde Nelson een hand op Samira’s dij. De bar kon hem verklikken of zelfs aan de politie uitleveren als ze hem van een misdrijf verdacht. In deze contreien was dat vooral Vigilante, een van de grote politiebedrijven die graag en veel arresteerden, want de Technatie hield van tralies. Nelson nam een slok van zijn drankje. ‘Vijf Pacific Q-bits, ‘ zei hij uiteindelijk, ‘is een klein fortuin.’
Samira ging rechtop zitten, maar legde haar hoofd meteen weer op zijn schouder toen een van de drones dichterbij kwam. Elke beweging die niet strookte met de berekende verwachtingen bracht die krengen meteen in stelling. En dus brak haar gezicht open in een glimlach, terwijl haar hand omhoog cirkelde over Nelsons dij. Toen ze sprak bewogen haar lippen nauwelijks en Nelson kon haar amper horen. ‘Vijf is een schamel bedrag voor mijn waar. Ik zou meer moeten vragen, het dubbele of het driedubbele zelfs, maar zelfs als ik het offline hou komt de Vigilante of True Police of een van die andere bendes er toch achter en gaan ze vragen stellen. Met vijf kom ik de volgende dertig jaar misschien in alle rust in een virtueel dorp door. Daar ben ik allang tevreden mee.’
Dus de Technatie had haar waar ze het wilden : braaf en volgzaam, elke rebelse vezel geknakt en verbrand. Daarin was ze hem nog een stap voor. Nelson wist dat, als dit niet lukte, hij haar zou vervoegen. Net als zij zou hij verdrinken in de zee van prefab kampen die zich over het continent hadden verspreid als venijnig onkruid, een milde gift van de Natie. Een vegeteren, in plaats van leven. Maar nu nog niet. Hij had nog een troefkaart uit te spelen.
Hij deelde een glimlach uit en streelde met zijn vrije hand de hare. ‘Je hebt geen ongelijk. In jouw plaats zou ik niet minder vragen. Dan blijft er nog de kwestie van de overdracht.’
Met haar duim streelde ze de Q-bit ring. ‘Gelijk oversteken.’
‘Hoe ?’
Het was software. Zoals alle kostbaarheden in het zonnestelsel. De asteroïdenmijnen hadden zelfs platina spotgoedkoop gemaakt, diamant werd industrieel geperst, alle productieprocessen liepen autonoom en onder beheer van de Breinen van de Technatie. Niets tastbaars had nog waarde. Zelfs aan kunst viel niets meer te verdienen omdat de Breinen Dali’s, Rembrandts en Pollocks uitspuwden, perfecte kopiën, alleen herkenbaar door middel van koolstofdatering. De originelen cirkuleerden nog in de Techclub, onbereikbaar voor de massa. Wat bleef was software. Techbescherming, -hacking, -besturingssystemen, -persoonlijkheden, -spionage, -dating, Techalles. Dus software was ook Samira’s aanbod. Illegale software, vandaar dit belachelijke nacht-und-nebel spelletje. Het versturen over het Technet kon niet. Het net was niet onfeilbaar en de kans op ontdekking lag onaanvaardbaar hoog. Maar een fysieke drager moest minuscuul zijn of hij sprong in het oog bij de spionagedrones in de kroeg. Plus : hoe kreeg je die buiten ?
Samira sloeg abrupt toe. Ze gleed van de bank op Nelsons schoot die vaststelde dat ze lichter aanvoelde dan ze er uit zag. Wijdbeens op hem gezeten nam ze zijn gezicht in beide handen en kuste hem met open mond. Onmiddellijk porde ze ook haar tong naar binnen. Nelson herinnerde zich niet wanneer hij voor het laatst op die manier was gekust en verbaasde zich over de aarzelende reactie van zijn lendenen. De warmte van haar huid en haar parfum speelden mee, dacht hij. Die waren niet nep. Hij hield zelfs zijn ogen gesloten. En voelde hoe haar tong langs een kies drukte, en nog eens. Er klikte iets. Een software patch, die ze op zijn tand achterliet. Een ogenblik worstelden hun tongen. Ze haalde haar mond weg en liet haar geringde hand afzakken naar de zijne. Toen pas begreep hij het. Hij betaalde door de Q-bit chip onder zijn nagel. Ze glimlachte, omdat haar Overlay de betaling bevestigde. Haar hand gleed naar zijn kruis en ze zei : ‘Kom, ik kan niet meer wachten !’
Aan haar hand sleepte ze hem mee naar buiten. De drones weken en het Witte Hert spuwde hen uit, hand in hand. Ze liep naast hem de straat uit, de hoek om, en liet toen alle schijn varen. De drones bleven in hun nest. ‘Dat volstaat wel.’ Ze drukte haar erkentelijkheid met een kus en een hoofdknik. ‘Prettig zaken met u doen.’
En zo verdween ze weer uit zijn leven. Gelukkiger zou Samira niet meer worden en Nelson zou haar nooit meer weerzien. Dat was althans de bedoeling, en dus was spoed geboden. Het zou haar Overlay ongeveer vierentwintig uur kosten om uit te vlooien dat de Pacific Q-bits nep waren. Twintig als hij pech had, twaalf als hij zich compleet in haar had misrekend. Zoveel tijd restte hem nog om van de planeet te geraken en buiten bereik van de politie. Buiten de dampkring opereerden even goed politiebedrijven, maar de concurrentie was hard en verzekerde dat de greep van de Aardse politie de stratosfeer niet oversteeg.
Vijf Pacific Q-bits ? Daar had hij zelfs nooit van kunnen dromen. Al zijn resterende geld had hij gestopt in een financiële cloaking plug-in. Die hield de financiële modules van ieders Overlay voor het lapje. Tijdelijk, want het permanente soort lag alleen binnen bereik van de Techclub. Uiterst illegaal, uiterst onbetaalbaar en levensgevaarlijk. Maar wat had hij te verliezen ?
Een half uur voor zijn bezoek aan Het Witte Hert had Nelson zijn reservatie gemaakt op een Orbitbus van BlueSpace. Doelbewust, maar niet gehaast om niet de aandacht te trekken van drones, robots en politieagenten, stapte hij op een taxi af, die hem in een half uur naar de lanceerinstallatie voerde. De hele tijd hamerde het in zijn hoofd : blijf met je tong van die tand af! In de inkomsthal sloeg True Police net een kleine betoging uit elkaar. Nelson zag nog een plaat met daarop HET NET IS EEN LEUGEN verdwijnen. Die plaat had gelijk, maar Nelson deed alsof hij het niet zag. Hij haalde zijn handbagage op uit een locker. Inchecken verliep vlot. De bus zou niet vol zitten. Het ging BlueSpace niet voor de wind. De mensheid was grotendeels verpauperd en had andere besognes dan ruimtereizen. De aftakeling was ook te merken aan de lancering en de staat van de Orbitbus. Ooit het paradepaardje van de Techclub, toen die nog met spierballen vol loze beloften rolde, was het verworden tot een aftands werkpaard met losse zittingen, sleetse bekleding, piepkleine lekken en barsten, verhuld met Overlays. Maar de bussen bleven desondanks betrouwbaar en de vlucht naar Gateway hield het kort en incidentloos. Vijf uur sinds de kus van Samira.
Gateway: orbitaal ruimtestation en opstap naar de rest van het zonnestelsel. Nelson huurde er een slaapcapsule voor zes uur. Over zeven uur vertrok er een lijntoestel naar de buitenplaneten met zijn naam op de passagierslijst. Nelson hees zich in de capsule, doofde het licht en pretendeerde slaap. Hij schakelde zijn Overlay op een illegale beveiligingssetting die hij misschien een uur kon aanhouden. Een setting die je op Aarde wel kon kopen bij de juiste dealers, maar waar alleen de Techclub mee wegkwam. Maar eens buiten de zwaartekracht voelde je de machtige vingers van de club gaandeweg hun macht verliezen. De buitenplaneten lonkten. En ergens wachtte er een bonus.
Met zijn tong tikte de vluchteling de tand aan waarop Samira haar patch had achtergelaten. De code werd onmiddellijk opgenomen door zijn overlay en daar had je het: inclinatie ten opzichte van het ecliptica, snelheid, gedateerde positie, opstappunten. De te volgen route naar Shambhala. En een stem: Gefeliciteerd. Je bent uit de klauwen van de Technatie ontsnapt. Ondanks hun leugens, hun indoctrinatie, hun zuiveringen, hun ubiquitair toezicht en hun eigen wetteloosheid. Velen proberen, weinigen slagen. Volg de instructies op deze patch bij aankomst op Ceres. Veel geluk.’
De stilte omhulde hem. Gefeliciteerd ? Omdat hij mensen had misleid, bedrogen, verraden? Tijdens zijn jarenlange reis naar dit ogenblik waren meerdere van zijn contacten betrapt en gearresteerd. Hij kon niet zeker weten wie van hen in een vergeetput was gesmeten, gehersenspoeld of zelfs terechtgesteld. Hij had zijn vlucht, met de staart tussen de benen, georkestreerd op de rug van mensen met die fatale combinatie van overmoed en intelligentie. Een uitstervend ras dat lafaards zoals hij de kans gaf om te vluchten naar het Shangri-la van de ruimte.
Maar wat moest hij anders ? Veel uitwegen waren er niet. Je kon jezelf het leven ontzeggen en dat gebeurde nog altijd in toenemende mate, decennia na de vestiging van de Technatie. Je kon voor altijd vluchten in een virtueel walhalla, gratis door de Natie verstrekt, en genietend creperen. En als je er het geld voor had kon je studeren en werken voor de illusie ooit te kunnen toetreden tot de Techclub. Tenslotte kon je de wereld uitzwaaien en die ene plek zoeken die de vijanden van de Technatie hadden ontdekt en uitgebouwd toen het nog kon, voor de Natie haar macht had geconsolideerd. Een asteroïde, één van de miljoenen voorbij de baan van Mars, waar Overlays overbodig waren en mensen geen verraders.
Het eindpunt, wist Nelson, lag ver buiten de invloedsfeer van de Technatie. Ergens voorbij de omloopbanen van de gasreuzen, op een reis van jaren. Eerste halte : Ceres.
Op dit punt in haar omloopbaan duurde de reis naar de dwergplaneet anderhalf jaar en de economie schreef efficiëntie voor. Daarom stapelde de lijnvlucht haar passagiers en bracht die ze in slaap, terwijl een infuus de nodige voeding liet indruppelen. Die passagiers, en ze waren opvallend schaars, verzamelden aan de meest afgelegen luchtsluis. Nelson telde er een twintigtal. De wallen onder de ogen, de afhangende schouders, zelfs onder deze zwakke centrifugale kracht, waren frappant. Niemand sprak, iedereen negeerde elkaar of keek hooguit met ogen vol achterdocht naar de ander. Vluchtelingen, zoals ik, dacht Nelson. Er moesten toch ook werknemers van de mijnbedrijven in de gordel tussen zitten ?
Voor het inschepen kreeg iedereen een pil tegen de claustrofobie aangeboden. Sommigen weigerden. Nelson keek toe, terwijl een verpleger het infuus aanbracht. Aan boord kon hij de lijn inpluggen. De reisfolder beloofde dat de slaap snel kwam. Het verraste hem dat nu, op dit gevaarlijke moment, nu hij zijn lichaam overgaf aan het vijandigst denkbare milieu, zijn hart tot rust kwam. Dit was waar hij zo lang naar had gezocht. Er was geen reden meer om nog nerveus te zijn. En de folder had gelijk : lang voor de motoren ontbrandden sliep hij.
Bij het ontwaken knipperde hij met de ogen. Licht. Wit en hard. Dat verbaasde hem. Toen hij insliep, seconden geleden, of zo leek het, was het schip in schemering gedrenkt. Hij lag ook niet op het gelkussen waarop hij was ingeslapen, maar op een brits, hard en ongemakkelijk. Hij zat overeind en stelde vast : Dit was niet de minimale zwaartekracht van Ceres, maar die waarin hij was opgegroeid en die zijn spieren moeiteloos herkenden. Hij strekte zijn armen, zwaaide zijn benen van de brits. De stramheid waarvoor de reisfolder had gewaarschuwd manifesteerde zich niet. Zijn maag bedelde luidruchtig om voedsel, maar het dorstige, half uitgemergelde gevoel dat hij had verwacht bleef achterwege. Hij keek rond. Vier muren, een deur, een vierkante tafel met twee stoelen. Zijn verbeelding holde hem vooruit : hij was al naar een volgend punt gebracht, dit was al Shambala of een andere tussenstop dan Ceres. Maar dat kon niet, want niemand wist waarheen hij op weg was.
De deur ging open en Samira stapte binnen. Haar Overlay was nu niet geactiveerd en ze droeg een troosteloos grijs uniform met een officiersteken dat Nelson niet herkende. Zijn bloed bevroor. IJs schuurde zijn aderen. Normale zwaartekracht, niet de verwachte verschijnselen na meer dan een jaar gedwongen slaap, en de aanwezigheid van iemand die hier niet kon zijn. De conclusie drong zich op.
Samira nam plaats op een van de twee stoelen en bood hem met een handgebaar de andere aan. Nelson merkte niet dat hij beefde terwijl hij naar de stoel schuifelde en ging zitten. ‘Jij bent…’
‘Niet wie jij denkt. Nee, mijn naam is niet Samira. Nee, dit is niet Ceres. Nee, Shambala wacht niet op jou.’
‘Jij bent…’ was het enige dat hij kon zeggen. Hij staarde haar aan, zag haar in Het Witte Hert, voelde de kus. Toen knipperde hij met de ogen en een nieuw gevoel van paniek haalde het vorige in. ‘Mijn Overlay -’
‘Je Overlay is geneutraliseerd. Afhankelijk van je gedrag kan die weer geactiveerd worden. Onze breinkruipers hebben alle informatie uit je hoofd gehaald en intussen al twee verzetskanalen opgerold. Onze dank daarvoor.’
‘Jij bent…’ stamelde hij weer.
‘Ik ben een werknemer van de Technatie. Shambala, de ontdekking die jij dacht te hebben gemaakt, bestaat niet. Dat is een luchtkasteel van onze makelij en het verbaast ons keer op keer hoe gemakkelijk dissidenten in die val trappen. Jullie geloven zo graag dat er een uitweg, is, een toevluchtsoord, een land van melk en honing, waar de vrijheid je toelacht. Dacht je echt dat er een uitgeholde asteroïde bestaat, ergens daarbuiten, waar vluchtelingen van de Technatie hun eigen, zelfbedruipende Shangri-la hebben gebouwd ? Met welk budget zouden ze de nodige tech hebben bekostigd ? Hoe zouden ze kunnen vertrekken zonder dat wij dat zien ?’ Samira haalde de schouders op. ‘Ik ben een agent, het aas in de val. De val zelf was het lijnschip dat al tien jaar ligt aangemeerd bij Gateway en dat daar nooit zal vertrekken. Toen je eenmaal sliep hebben we je terug naar beneden gehaald. Jij en al die andere helden.’ De minachting droop van het laatste woord.
Even dacht Nelson dat hij het bewustzijn zou verliezen. Tegelijk flikkerde het licht en de vloer trilde. Een ogenblik later rolde in de verte de donder. Samira keek opzij en trok de wenkbrauwen op. Toen het weer stil werd vroeg Nelson : ‘Waarom ? Je had me in Het Witte Hert kunnen arresteren. Of eerder al.’
‘Twee redenen. Het is altijd interessant om te zien hoe ver mensen als jij zullen gaan. Sommigen halen de Orbitbus niet. Anderen weigeren Gateway te verlaten. Jij bent een van de uitzonderingen. Je zette echt de stap. De volgende maanden gaan we je psychologisch ontleden, om het hart en de ziel van een dissident te doorgronden. Standaard procedure. De twee reden ligt voor de hand : we hopen dat je ons onderweg naar je doel aanwijzingen kunt geven naar andere dissidenten en organisaties die zich tegen de Technatie verzetten.’
Dus de Technatie had hem gebruikt. De verrader verraden. Niets nieuws onder de zon.
Ergens hamerde iets onregelmatig tegen metaal. Opnieuw trok Samira de wenkbrauwen op. Ze stond op en wendde zich tot de deur. De vloer trilde. Ze zei : ‘Dat was toch geen snelvuurwapen ? Dat kan niet. We zitten in een -’
De deur klapte open, achtervolgd door een brandlucht stormden drie gewapende mensen binnen. Geen overlay, wel een kevlarpak en helm. De wapens zwaaiden naar Samira’s borst. Instinctief gooide ze de handen in de lucht. Schijnbaar op haar gemak stapte Milagros naar binnen. Ze knikte naar Nelson, die van zijn stoel overeind kwam. ‘Ik zei het je toch? Het zijn bullebakken. Die luisteren niet naar woorden, alleen als ze een bloedneus hebben.’
‘Dit is een beveiligde site.’ Samira’s protest klonk zwak. ‘Jullie kunnen noch de locatie kennen, noch de toegangsprotocollen.’
Milagros glimlachte. ‘Ah, maar die heb jij ons gegeven. Zie je, die kus, die je met zoveel overtuiging aan Nelson gaf ? Je gaf hem niet alleen een nepbestand. Je kreeg ook een pakketje terug. Van daar uit hackten we je Overlay. En dat was een springplank naar alle systemen van de Technatie. Waarvoor dank. De Techclub heeft ook dissidenten. Die vluchten niet naar Shambala, die vluchten naar ons.’
Machinegeweren ratelden op verre verdiepingen van het gebouw. Nelson begreep niet waarom hij dit moment koos om zich te verzetten. Misschien omdat de dreiging van de Technatie hem had opgezadeld met een levenslange angst, een schrik die hij voor Milagros niet voelde. Dat de Technatie hem verraadde, was exact wat hij verwachte. Maar Milagros en haar groep deden precies hetzelfde. Hij zei: ‘Dit is onzin. Jij had me Shambala beloofd. Je hebt me gebruikt! Gebruikt voor je eigen doeleinden.’ Je hebt niets in de hand.
Milagros rolde net niet met de ogen en glimlachte. ‘De Technatie heeft je Shambala beloofd. Het is hun poppenspel, waarmee ze dissidente groepen opsporen en neutraliseren. Ik heb je aangeboden om je bij ons aan te sluiten. Je zei dat je dat wel wou, maar niet wist hoe je ons zou kunnen helpen.’ Ze knipoogde. ‘Je hebt ons dus geholpen. Het virus dat jij in hun systemen hebt helpen planten, legt hen op apegapen. Dat is die bloedneus waar ik het over had. Dus als je nu maar wilt volgen? Het begint nog maar pas en de Technatie blijft heus niet bij de pakken zitten.’
Ze verdwenen, met Samira tussen hen in, geboeid en wel. Nelson bleef achter, besluiteloos. Een redeloze weerzin stak de kop op. Milagros had hem verraden. Dit was niet zijn gevecht. Maar wat als de Technatie de oorsprong van de hack naar hem traceerde ? Nee, hij moest nog altijd weg. Ver weg. Weg van de Technatie. Weg van Milagros’ verzetsgroep. Want wie ook won kroonde zich gewoon tot de volgende potentaat.
Nelson ging zitten, checkte en merkte dat zijn Overlay het weer deed. Hij schakelde een vermomming in en begon zijn exit te plannen. Ik begin van nul. Shambala bestaat. Moet bestaan. Ergens wacht het om ontdekt te worden.
De zoektocht herbegon.
